FP

 

intake toets

 

Het ERK ( Europees Referentie Kader) kent de volgende niveaus:

 

A1     Hiervoor oefen je in Book A en/of Book 1.

A2     Hiervoor oefen je in Book A en/of Book 1 en eventueel 2 (gedeeltelijk), daarna 3 en 4

B1     Hiervoor oefen je in Book 1, 2 (gedeeltelijk), 3 en 4

B2     Hiervoor oefen je in Book 1, 2 (gedeeltelijk), 3 en 4

C1

C2

 

 

Book 3 en 4 komen alleen aan bod als er 2 lesuren per week zijn.

 

 

Werkwijze:

 

 

Niveau 2: 1 uur les. De klas begint met Book A. Als een leerling A2 of B1 scoort kan deze er voor kiezen zelfstandig in Book 1 te werken. Er wordt getoetst volgens het schema HP of PW etc. op de homepage.

 

Niveau 3/4: 2 uur les. De klas begint met Book 1. Ook de leerlingen die A1 scoren blijven in Book 1 werken en moeten minstens 4 rondes per periode maken en toetsen. De leerlingen die A2, B1 of B2 scoren kunnen sneller werken en na Book 1 met Book 2 beginnen. De map die je in week 10 inlevert, bevat het werk dat je die periode gemaakt hebt. Aan het begin van de nieuwe periode begin je met een nieuw document in Word. In de map ben je dus misschien verder dan voor de toetsing noodzakelijk is. Dit is zo geregeld omdat op deze wijze iedere leerling zich maximaal kan ontwikkelen.

Bij de becijfering van de map kan een goede werkhouding meetellen.

Er wordt getoetst volgens het schema PW, MZ, OA, SPW op de homepage.

In Klas 2 begint iedereen met Book 3.

In Klas 3 begint iedereen met Book 4.

Aan het eind van klas 3 volgt er een summatieve toets, die lijkt op de intake toets.  Het is de bedoeling dat je dan minstens 1 niveau bent gestegen.

 

Niveau 3/4 VV: 1 uur les. De klas begint met Book 1 voor alle niveaus. A1 leerlingen moeten minstens 2 rondes per periode maken en toetsen. A2, B1 en B2 leerlingen kunnen sneller werken in het boek en eventueel verder gaan in Book 2. De map die je in week 10 inlevert, bevat het werk dat je die periode gemaakt hebt. Aan het begin van de nieuwe periode begin je met een nieuw document in Word. In de map ben je dus misschien verder dan voor de toetsing noodzakelijk is.

Dit is zo geregeld omdat op deze wijze iedere leerling zich maximaal kan ontwikkelen.

Bij de becijfering van de map kan een goede werkhouding meetellen.

Er wordt getoetst volgens het schema VV op de homepage.

Aan het eind van klas 3 volgt er een summatieve toets, die lijkt op de intake toets.  Het is de bedoeling dat je dan minstens 1 niveau bent gestegen.

 

Schema pw,mz,oa,spw

Schema vv

Schema hp

 

 

Raamwerk moderne vreemde talen in het secundair beroepsonderwijs (1096 kB) [MS-Word ]

Welzijn: pages 141 - 147

 

Document LL&B (aprilversie) [PDF 256 Kb ]

 

Kwalificatie dossiers

 

Oude eindtermen Engels Welzijn niveau 2 en 3

Oude eindtermen Engels Welzijn niveau 4

 

niveauteksten op digischool

 

silo project: individuele taalleertrajecten

 

 

 

 

A1

 

A2

 

B1

 

B2

 

C1

 

C2

 

Luisteren

 

Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete om­geving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken.

 

Ik kan zinnen en de meest frequente woorden begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn (bijvoorbeeld basisinformatie over mezelf en mijn familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Ik kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke een­voudige boodschappen en aan­kondigingen volgen.

 

Ik kan de hoofdpunten begrijpen wanneer in duidelijk uitge­sproken standaarddialect wordt gesproken over vertrouwde zaken die ik regelmatig tegenkom op mijn werk, school, vrije tijd enzovoort. Ik kan de hoofdpunten van veel radio- of tv-programma’s over actuele zaken of over onderwerpen van persoonlijk of beroepsmatig belang begrijpen, wanneer er betrek­kelijk langzaam en duidelijk ge­sproken wordt.

 

Ik kan een langer betoog en lezingen begrijpen en zelfs com­plexe redeneringen volgen, wanneer het onderwerp redelijk vertrouwd is. Ik kan de meeste nieuws- en actualiteitenprogramma's op de tv begrijpen. Ik kan het grootste deel van films in standaarddialect begrijpen.

 

Ik kan een langer betoog begrijpen, zelfs wanneer dit niet duidelijk gestructureerd is en wanneer relaties slechts impliciet zijn en niet expliciet worden aangegeven. Ik kan zonder al te veel inspanning tv-programma’s en films begrijpen.

 

Ik kan moeiteloos gesproken taal begrijpen, in welke vorm dan ook, hetzij in direct contact, hetzij via radio of tv, zelfs wanneer in een snel moedertaaltempo gesproken wordt als ik tenminste enige tijd heb om vertrouwd te raken met het accent.

 

Lezen

 

Ik kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvou­dige zinnen begrijpen, bij­voorbeeld in mededelin­gen, op posters en in ca­talogi.

 

Ik kan zeer korte een­voudige teksten lezen. Ik kan specifieke voorspel­bare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals adverten­ties, folders, menu's en dienstregelingen en ik kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen.

 

Ik kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit hoogfrequente, alle­daagse of aan mijn werk gerelateerde taal. Ik kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen.

 

Ik kan artikelen en verslagen lezen die betrekking hebben op eigentijdse problemen, waarbij de schrijvers een bepaalde houding of standpunt innemen. Ik kan eigentijds literair proza begrijpen

 

Ik kan lange en complexe feitelijke en literaire teksten begrijpen, en het gebruik van verschillende stijlen waarderen. Ik kan gespecialiseerde artikelen en lange tech­nische instructies begrijpen, zelfs wanneer deze geen betrekking hebben op mijn terrein.

 

Ik kan moeiteloos vrijwel alle vormen van de geschreven taal lezen, inclusief abstracte, structureel of linguïstisch complexe teksten, zoals handleidingen, specialis­tische artikelen en literaire werken.

 

Gesprek

ken voeren

 

 

 

 

 

Ik kan deelnemen aan een een­voudig gesprek, wanneer de ge­sprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en mij helpt bij het formuleren van wat ik probeer te zeggen. Ik kan eenvoudige vragen stellen en be­antwoorden die een directe be­hoefte of zeer vertrouwde on­der­werpen betreffen.

 

Ik kan communiceren over een­voudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uit­wisseling van informatie over ver­trouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Ik kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel ik gewoonlijk niet voldoende begrijp om het gesprek zelfstandig gaande te houden.

 

Ik kan de meeste situaties aan die zich kunnen voordoen tijdens een reis in een gebied waar de betref­fende taal wordt gesproken. Ik kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over onderwerpen die vertrouwd zijn, of mijn persoonlijke belangstelling hebben of die betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, hobby's, werk, reizen en actuele gebeur­tenissen).

 

Ik kan zodanig deelnemen aan een vloeiend en spontaan gesprek, dat normale uitwisseling met moeder­taalsprekers redelijk mogelijk is. Ik kan binnen een vertrouwde context actief deelnemen aan een discussie en hierin mijn standpunten uit­leggen en onder­steunen.

 

Ik kan mezelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder merkbaar naar uitdrukkingen te hoeven zoeken. Ik kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor sociale en profes­sionele doeleinden. Ik kan ideeën en meningen met precisie formuleren en mijn bijdrage vaardig aan die van andere sprekers relateren.

 

Ik kan zonder moeite deelnemen aan welk gesprek of discussie dan ook en ben zeer vertrouwd met idiomatische uitdrukkingen en spreektaal. Ik kan mezelf vloeiend uitdrukken en de fijnere betekenis­nuances precies weergeven. Als ik een probleem tegenkom, kan ik mezelf hernemen en mijn betoog zo herstructureren dat andere mensen het nauwelijks merken.

 

Spreken 

 

Ik kan eenvoudige uitdruk­kingen en zinnen gebruiken om mijn woonomgeving en de mensen die ik ken, te beschrijven.

 

Ik kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen mijn familie en andere mensen, leefomstandigheden, mijn opleiding en mijn huidige of meest recente baan te beschrijven.

 

Ik kan uitingen op een simpele manier aan elkaar verbinden, zodat ik ervaringen en ge­beurtenissen, mijn dromen, verwachtingen en ambities kan be­schrijven. Ik kan in het kort redenen en verklaringen geven voor mijn meningen en plannen. Ik kan een verhaal vertellen, of de plot van een boek of film weergeven en mijn reacties beschrijven

 

Ik kan duidelijke, gedetail­leerde beschrijvingen presen­te­ren over een breed scala van onderwerpen die betrek­king hebben op mijn interesse­gebied. Ik kan een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voordelen en nadelen van diverse opties uiteenzetten.

 

Ik kan duidelijke, gedetail­leerde beschrijvingen geven over complexe onderwerpen en daarbij sub-thema's integreren, specifieke stand­punten ontwikkelen en het geheel afronden met een passende conclusie.

 

Ik kan een duidelijke, goed­lopende beschrijving of redenering presenteren in een stijl die past bij de context en in een doeltreffende logische structuur, zodat de toehoorder in staat is de belangrijke punten op te merken en te onthouden.

 

Schrijven

 

Ik kan een korte, eenvoudige ansichtkaart schrijven, bijvoorbeeld voor het zenden van vakantiegroeten. Ik kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld mijn naam, nationali­teit en adres noteren op een hotelinschrij­vings­formulier

 

Ik kan korte, eenvoudige notities en boodschappen opschrijven. Ik kan een zeer eenvoudige persoonlijke brief schrijven, bijvoorbeeld om iemand voor iets te bedanken.

 

Ik kan eenvoudige samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Ik kan persoonlijke brieven schrijven waarin ik mijn ervaringen en indrukken beschrijf.

 

Ik kan een duidelijke, gedetailleerde tekst schrijven over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op mijn interesses. Ik kan een opstel of verslag schrijven, informatie doorgeven of redenen aanvoeren ter ondersteuning vóór of tégen een spe­cifiek standpunt. Ik kan brieven schrijven waarin ik het persoonlijk belang van gebeurtenissen en ervaringen aangeef.

 

Ik kan me in duidelijke, goed gestruc­tureerde tekst uitdrukken en daarbij redelijk uitgebreid standpunten uiteenzetten. Ik kan in een brief, een opstel of een verslag schrijven over complexe onderwerpen en daarbij de voor mij belangrijke punten benadrukken. Ik kan schrijven in een stijl die is aangepast aan de lezer die ik in gedachten heb.

 

Ik kan een duidelijke en vloeiend lopende tekst in een gepaste stijl schrijven. Ik kan complexe brieven, verslagen of artikelen schrijven waarin ik een zaak weergeef in een doeltreffende, logische structuur, zodat de lezer de belangrijke punten kan opmerken en onthouden. Ik kan samenvattingen van en kritieken op professionele of literaire werken schrijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Powered by Recipero Working together with BT